Lokaal of Globaal: het belang van emotie en verbinding met een plaats

Deze maand publiceert platform 31 een interessante reeks: Filosofen agenderen de stad. Eén van deze stukken heeft zo mijn aandacht gegrepen dat ik het in een Thaise hangmat meerdere keren las, en ik de moeite neem het in deze blog post te delen. Jan-Hendrik Bakker betoogt dat de stad op zoek moet naar haar plaats. Hij beschrijft verstedelijking niet alleen als en kwantitatief verschijnsel, maar ook als kwalitatief. Door middel van technologie is de mens zo met de wereld verbonden dat het gevoel voor het lokale op de achtergrond verdwijnt. Deze ‘ontplaatsing’, zoals Bakker het noemt, moet volgens hem aandacht krijgen in place-making, het betekenis en emotie geven aan de fysieke ruimte. Volgens Bakker moeten stadsbestuurders daarop focussen, in plaats van City marketing. Ik vind Bakkers stuk erg interessant, een fijne combinatie met inzichten vanuit de techniek filosofie en urban sociology. Toch werpt het bij mij veel vragen op: waarop zijn die drie stedelijke ontwikkelingen gebaseerd? Van wie komen de concepten? De verwijzingen naar filosofen over ICT en globalisering, zoals Castell missen. Ook het onderscheid tussen space en place, en het begrip van place-making is mij niet nieuw. Maar kwam dat nou van Vanclay, Gyryn, of toch iemand anders?

Desalniettemin kan ik het stuk erg aanraden. Het leest goed, en is inhoudelijk sterk. Ik zou graag op twee punten willen aanvullen en verder denken.

Bakker pleit voor het koesteren van de alfa sector in de stad. Natuurlijk is dat belangrijk, maart ik zou graag het onderscheid tussen alfa en bèta vervagen, of overbruggen. Neem sociale aspecten mee in technische ontwikkeling, en kijk ook naar technische mogelijkheden in het oplossen van sociale problemen. Technologie en samenleving kunnen niet los van elkaar begrepen worden, en moeten dus ook niet los van elkaar benaderd worden.

Als tweede denk ik dat Bakkers idee ook erg van toepassing is op de ontwikkeling van smart Cities. Het gaat niet alleen om city-marketing, maar juist om place-making, denk aan de inwoners! Op dit onderwerp heb ik mij in mijn scriptie gericht, maar Bakkers stuk zet me aan het denken, is het niet betrekken van de inwoner een ‘probleem’ van de smart city ontwikkeling, of is dit een breder onderwerp dat geldt voor elke ‘gewone’ stad? En hoe moet dit onderwerp dan benaderd worden: specifiek vanuit de smart city ontwikkeling, of vanuit de brede basis in de stad?

Hoe kijkt u er tegen aan? Ik denk er nog even een paar weken over na terwijl ik zuid-oost Azië ontdek, van lokaal vissersdorpje tot wereldstad. Vanaf half maart ga ik graag in gesprek over dit onderwerp.

Leave a Reply