Veranderende rollen in de ontwikkeling van Smart Cities

Met de opkomst van het internet en informatie en communicatie technologie (ICT) hebben er veranderingen in de samenleving plaatsgevonden, ook wel benoemd als de ‘informatiemaatschappij’. De laatste jaren worden er steeds meer ICT toepassingen ontwikkeld om de kwaliteit van leven in de stad te verbeteren, vaak onder het motto van ‘smart cities’.
Actief burgerschap en burgerparticipatie is een van de waarden van smart cities, en ook in de informatiemaatschappij en de participatiesamenleving speelt dit een grote rol. Verschillende gebruikers ontwikkelen zelf apps, of knutselen aan ICT toepassingen, en er zijn verschillende technologieën en projecten te vinden die bottom-up ontwikkeld worden. Verschillende mensen gaan zelf aan het ontwerpen, ontwikkelen, testen en gebruiken, en het onderscheid tussen ontwerper en gebruiker vervaagd. De overgang van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving heeft ook invloed op de relatie tussen overheid en burger. Deze veranderende relaties, tussen overheid & burger en ontwerp & gebruik, resulteren in nieuwe vormen van samenwerken, waarin iedereen zijn ‘nieuwe’ rol weer moet vinden.

Precies hierover gaat mijn afstudeeronderzoek: hoe geven mensen hun eigen rol en die van elkaar vorm in de ontwikkeling van smart cities. Dit onderzoek doe ik in het kader van mijn opleiding Philosophy of Science, Technology & Society aan de Universiteit Twente, en voer ik uit bij TNO – Strategy & Policy. Vanuit Actor Netwerk Theorie (ontwikkeld door o.a. Latour, Akrich) bestudeer ik hoe dit proces in de praktijk loopt, door twee verschillende casussen te bestuderen. Wie zijn er allemaal betrokken in deze ontwikkeling? Hoe zien zij hun eigen rol, en wat verwacht men van elkaar? Komen deze verschillende verwachtingen met elkaar overeen, of zitten hier conflicten tussen? Hierbij kijk ik niet alleen naar de mensen in het project. Ook de technologie die in gebruik is heeft hier invloed op: wat kan én mag je allemaal met deze technologie? En wat voor invloed heeft dit op hoe de betrokkenen hun eigen rol ervaren?

In beide casussen komen verschillende actoren bij elkaar, elk met een eigen doel voor ogen, de ene casus richt zich op inbraakpreventie, de andere op het meten en inzicht krijgen in de lokale luchtkwaliteit. Verschillende betrokkenen werken samen aan deze doelen: technologie ontwikkelaars, lokale en landelijke overheid, burgers, instanties en organisaties. Dat is nog maar een kleine greep uit de betrokkenen.  De projecten kunnen niet direct als top-down of bottom-up gekarakteriseerd worden, maar vormen een samenwerking tussen alle verschillende betrokkenen. Wie heeft welke rol, en sluit dit op elkaar aan? Mijn onderzoek geeft inzicht in hoe alle betrokkenen en technologie deze rolverdeling beïnvloeden, en of er verschillende visies hierop zijn. Het inzicht in deze verschillen kan gebruikt worden om te werken aan een oplossing om deze verschillen te overbruggen, zodat wat verschillende mensen doen beter op elkaar aan kan sluiten.